Feestgevoel

Als ik de woonkamer van het verpleeghuis binnenloop zie ik mijn tante al in haar rolstoel zitten in de aangrenzende ruimte. Ze drinkt thee met een tuitbeker. De echtgenoot van een andere bewoonster vertelt dat Sinterklaas net weg is en dat mijn tante erg heeft genoten. ‘Zij heeft alle liedjes uit volle borst meegezongen’, vertelt hij. Tegen de verzorgster zeg ik dat ik tante graag mee wil nemen, om samen een kopje koffie te gaan drinken in de ontmoetingsruimte. Zij loopt naar haar toe, vertelt dat haar achternicht er is en zij duwt de rolstoel naar mij toe. Als tante hoort dat ik er ben, wordt zij even emotioneel. Gezien heeft ze mij nog niet, want haar bril draagt ze al een tijdje niet meer, maar soms weet ze nog wel wie ik ben.

‘Wat moet ik doen, ik ben de weg kwijt’, zegt tante. ‘U hoeft niets te doen hoor. We gaan lekker koffie drinken en ik heb ook koek meegenomen. Ik weet de weg wel’, vertel ik haar.

Ik geef haar een knuffel en rijd haar eerst naar haar eigen kamer waar ik de plantjes verzorg. Ondertussen praat ik tegen haar en ik vertel wat ik doe. ‘Dan kunnen ze er weer even tegen’, zegt ze steevast. Aan de manier waarop tante reageert, merk ik dat zij een heldere dag heeft.

Daarna gaan we met de rolstoel naar de ontmoetingsruimte. ‘Wat moet ik doen, ik ben de weg kwijt’, zegt tante . ‘U hoeft niets te doen hoor, we gaan lekker koffie drinken en ik heb ook koek meegenomen. Ik weet de weg wel’, herhaal ik al duwend door de gangen. Met één hand toets in de code in om de deur te openen. Met mijn andere hand trek ik snel de rolstoel door de deur voordat de deur weer dichtslaat. Aan de reactie van tante merk ik dat zij dit niet leuk vindt. Toen ze net in het verpleeghuis woonde, vond zij mijn capriolen nog wel grappig, maar het plezier heeft plaats gemaakt voor angst.

Na nog een deur komen we in de ontmoetingsruimte. Het ruikt er naar koffie en er hangen kleurige afbeeldingen van bloemen aan de muren. Tijdens het koffie drinken vertel ik dat als het mooier weer wordt, we weer buiten gaan wandelen. ‘Dat is lief van je, wel echt doen hoor’, zegt tante.

‘Ja natuurlijk…’. Tante is het met mij eens over het weer: ‘Ja, nu is het te koud.’ ‘Dan neem ik het zonnehoedje mee dat u zelf heeft gemaakt’. ‘Oh ja, heb ik dat gemaakt?’, vraagt zij verwonderd.

Ik vertel haar dat zij vaak prijzen heeft gewonnen met het maken van wandkleden. Dat herinnert ze zich! Met mooi weer luisteren wij buiten graag naar de vogels. Wij kijken naar de bomen en wij voelen samen de zon. Dan zijn wij even samen in het nu.

‘Ik heb zo’n feestelijk gevoel’, vertelt zij, ‘alsof ik jarig ben’. Ik kijk naar haar en ik zie een grote glimlach op haar gezicht. ‘Dat is fijn, tante’, antwoord ik. ‘Sinterklaas is vanmiddag bij u geweest en dat was ook een feest.’ ’Oh ja?’, vraagt zij verbaasd.

‘Jazeker’ zeg ik, ‘u hebt meegezongen en u kende alle liedjes’. ‘Ja, die weet ik wel hoor!‘ Samen zingen we ‘Zie ginds komt de stoomboot’.

Tante heeft moeite om de koffie te drinken. Zij heeft minder kracht in haar handen en haar gebit heeft zij niet meer in. Ik help haar. De zachte koek die ik heb meegenomen gaat er goed in. Tijdens het koffie drinken valt zij af en toe in slaap.

Als de koffie op is, breng ik tante terug naar de woonkamer. ‘Wat moet ik doen, ik ben de weg kwijt’, hoor ik tante weer zacht zeggen. ‘U hoeft niets te doen hoor, we hebben lekker koffie gedronken en koek gegeten. Ik weet de weg wel’.

Kortgeleden kwam ik een artikel tegen waarin beschreven stond, dat de ervaring die ik met mijn tante had, onderzocht is.  De onderzoekers lieten mensen met geheugenverlies verschillende filmpjes zien. Sommige beelden waren verdrietig, anderen juist weer heel grappig. Nadat de film was afgelopen, konden de proefpersonen niet meer vertellen waar deze over ging, maar de emotie die ze erbij voelden, herinnerden ze zich nog wel. Het onderzoek bewijst dat een bezoekje, een arm om de schouder of een kus op de wang echt betekenis heeft. Zelfs al kunnen de patiënten de gebeurtenis zelf korte tijd later niet meer voor de geest halen. (Universiteit van Iowa april 2010)

 [uit boekbundel ‘Werken met je hart’, www.dorinvanoss.nl]